Veelgestelde Vragen

Hieronder vind je alvast een antwoord op enkele veelgestelde vragen. Staat het antwoord op jouw vraag hier niet bij, aarzel dan zeker niet contact met ons op te nemen.

Strategisch Project

Waar zet het strategisch project Opgewekt Pajottenland op in?


Het Pajottenland is gevoelig voor de gevolgen van klimaatverandering, zoals droogte en wateroverlast door hevige regenbuien. Maar het landschap biedt ook kansen om te werken aan klimaatbestendigheid. Dit kan door in te zetten op hernieuwbare energie, de leefbaarheid in de dorpen en de versterking van de open ruimte door landschapszorg. Het doel van het strategisch project is een gedragen visie over de rol van hernieuwbare energie in het Pajottenland bij dit alles.

Uit de energiekansenkaarten voor de provincie Vlaams-Brabant komt het Pajottenland naar voor als één van de Vlaams-Brabantse regio’s met een groot potentieel voor hernieuwbare energie. Deze energiekansenkaarten houden echter geen rekening met de landschappelijke randvoorwaarden. Om deze randvoorwaarden mee te nemen in het verhaal werken de Provincie Vlaams-Brabant, Regionaal Landschap Pajottenland en Zennevallei vzw, Klimaatpunt vzw en tien Pajotse gemeenten samen aan het Strategisch Project ‘Opgewekt Pajottenland’.




Wie zijn de partners in dit strategisch project?


Het Departement Omgeving van de Vlaamse overheid trekt over een periode van 3 jaar 300.000 euro aan subsidies uit om dit strategisch project te ondersteunen (2018-2021).

Het projectteam staat in voor de dagelijkse werking van het project en bestaat uit medewerkers van de Provincie Vlaams-Brabant (coördinator), Regionaal Landschap Pajottenland & Zennevallei vzw en Klimaatpunt vzw (voorheen PajoPower). De partners leveren allemaal een bijdrage vanuit hun eigen expertise:

  • Provincie Vlaams-Brabant: inhoudelijke expertise vanuit de provinciale diensten ruimtelijke planning, leefmilieu, communicatie, toerisme, vrije tijd, waterlopen, landbouw, wonen en erfgoed.
  • Regionaal Landschap Pajottenland Zennevallei vzw: lokale verankering en het waken over het landschap als basis. De vzw zorgt voor procesbegeleiding en moderatie vanuit de streek voor thema’s met betrekking tot het buitengebied en stelt zijn netwerk ter beschikking.
  • Klimaatpunt vzw: inhoudelijke expertise rond hernieuwbare energie; procesbegeleiding vanuit kennis en ervaring met het creëren van draagvlak voor hernieuwbare energie in het Pajottenland; en het ter beschikking stellen van zijn regionaal netwerk.




Is dit strategisch project een participatief proces?


We beseffen maar al te goed dat dit project enkel kans op slagen heeft als het ook gedragen wordt vanuit de Pajotse bevolking en beleidsmakers. Hernieuwbare energie inbedden in het landschap zorgt vaak voor tegenwind. Onze boodschap is dat het Pajottenland de boot van hernieuwbare energie niet mag missen. Samenwerking is cruciaal om het landschap als uitgangspunt te nemen voor projecten rond hernieuwbare energie.

Zonder gemeenschappelijke visie riskeren we een wildgroei aan projecten. Met een gemeenschappelijke visie over de integratie van hernieuwbare energie in het Pajots landschap bieden we een gemeenschappelijk en gefundeerd antwoord op aanvragen van projectontwikkelaars.

We trekken dus volop de kaart van participatie. Dit doen we onder andere door workshops en publieksmomenten waar iedereen kan aan deelnemen. We benadrukken het belang van samenwerking omdat enkel zo het Pajottenland in al zijn glorie de toekomst tegemoet kan.

Een greep uit onze acties om te werken aan draagvlak:

* werksessies waarin we in dialoog gingen met bewoners, waaronder in De Cam in Gooik en de oude Pastorie in Gaasbeek;

* een tentoonstelling met resultaten van de Landschapsstudie in de pastorie van Vlezenbeek;

* roadtrip Halle, Roosdaal, Gooik met chocomelk en koffie (Stationsplein, boerenmarkt, school IMI);

* een lezing en kunstinstallatie over hernieuwbare energie rond de Hoeve Bree-eik;

* postkaartenactie om suggesties en ideeën van bewoners te verzamelen;

* scrollytelling waarbij iedereen in een virtuele wereld kon meebouwen aan zijn of haar energieneutraal Pajottenland van de toekomst;

* webinars




Wat is klimaatadaptieve open ruimte?


Klimaatadaptieve open ruimte is cruciaal om te werken aan een klimaatbestendige toekomst voor het Pajottenland. De bos-, vallei- en beekstructuren vormen de groenblauwe netwerken van het Pajottenland. We zetten in op het verbinden van bestaande bosclusters en groene stapstenen in de bebouwde omgeving. De groenblauwe netwerken gebruiken we eveneens als dragers voor trage wegen die wandelen en fietsen stimuleren. Om te komen tot een klimaatadaptief landschap zoeken we naar verbindingen tussen de dorpskernen en de omliggende beekvalleien. We duiden zoekzones aan voor de inzet van kleine landschapselementen als bron van groene warmte in hoog erosiegevoelige gebieden. We geven meer ruimte aan de beekstructuren om de Pajotse waterhuishouding te versterken en we zoeken naar waterkracht aan de historische watermolens.




Wat is kernversterking?


Het Pajotse landschap is van oudsher een samenspel van bebouwing en open ruimte, maar het kleinstedelijk en dorpse karakter staat onder druk. Door de steile opmars van de auto zijn we steeds meer buiten de stads- en dorpskern gaan wonen. Dat suburbane wonen heeft grote gevolgen voor de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van onze dorpskernen. Verdere verharding van de open ruimte, verspreiding, versnippering en verlinting van woningen zijn geen goed toekomstplan. We grijpen onze zoektocht naar plaats voor hernieuwbare energie aan om te werken rond kernversterking. Dat kunnen we doen door in te zetten op meer groen en minder steen in onze dorpen, door een duurzaam mobiliteitsnetwerk op maat van het Pajottenland uit te tekenen en in te zetten op de beeldkwaliteit van onze Pajotse dorpen.




Waar kunnen we terecht met vragen over het strategisch project Opgewekt Pajottenland?


www.opgewektpajottenland.be en sp.pajottenland@vlaamsbrabant.be.




Waarom een gemeenschappelijk engagement als regio?


Door middel van dit gemeenschappelijke engagement nemen we een heft in eigen handen om hernieuwbare energie een plaats te geven op maat van het mooie Pajotse landschap. Deze gemeenschappelijke visie geeft ons als regio de kans om zelf te gaan bepalen hoe een energieneutraal Pajottenland er in de toekomst zal uitzien. Dit laat ons toe om een duidelijke kader te creëren voor toekomstige ontwikkelingen inzake de productie van hernieuwbare energie. Het uitgangspunt van het strategisch project is dat we dit verhaal samen aanpakken en rekenen op de interne solidariteit tussen de 10 deelnemende gemeenten. Het productie- versus het verbruiksverhaal per gemeente zal nooit mooi 1 op 1 zijn. Niet in het algemene plaatje (de ene gemeente zal iets meer bijdragen dan de andere) en niet in de uitsplitsing per techniek/bouwsteen (de ene gemeente zal niet of minder inzetten op wind, maar zal dan een extra tandje bijsteken op vlak van zon of biomasssa). Tweede uitgangspunt is dus dat het productie- versus verbruiksverhaal per gemeente niet mooi 1 op 1 hoeft te zijn. We hebben die doelstelling naar het niveau van het Pajottenland gebracht, op jaarbasis. Dit werd afgesproken in het Ambitiekader.





Landschapsstudie

Wat is de rol van de landschapsstudie?


De landschapsstudie naar hernieuwbare energie in het Pajottenland, in opdracht van de provincie Vlaams-Brabant, werd uitgevoerd door het consortium Endeavour, LAMA Landscape Architects, BURA Urbanism en Zero Emission Solutions. De opdracht voor de Landschapsstudie werd uitbesteed en gegund na een consultatie van de markt door de Provincie Vlaams-Brabant.

De landschapsstudie onderzoekt hoe verschillende vormen van hernieuwbare energie een plek kunnen krijgen in een landschappelijk waardevolle regio als het Pajottenland. Hierbij gaat het om een mix van hernieuwbare energiebronnen en -installaties, waaronder zowel grootschalige windturbines als kleinere turbines bij landbouwbedrijven, biomassavergisters en -verbranders, … De studie heeft tot doel om een gebiedsgerichte visie op hernieuwbare energie voor het Pajottenland te ontwikkelen op een landschappelijk geïntegreerde manier en door in te zetten op participatie en ontwerpend onderzoek. Behalve het energiesysteem analyseert deze studie ook het landschappelijk systeem, de landschapsbeleving en het lokaal draagvlak voor initiatieven rond klimaat en hernieuwbare energie in het Pajottenland. De landschapsstudie dient ter ondersteuning van het strategisch project ‘Opgewekt Pajottenland’. Het Team Landschapsstudie leverde een eindrapport af in februari 2021.




Kan het Pajottenland energieneutraal worden tegen 2040?


Op voorwaarde dat we 18% besparen op onze energiebehoefte en we ons elektriciteitsverbruik verdrievoudigen, kunnen we energieneutraal worden in het Pajottenland. (Bron: Energiesysteemanalyse Landschapsstudie)





Klimaatuitdaging en Energietransitie

Waarom is een energietransitie nodig?


Ons energiesysteem staat voor grote uitdagingen. Om de opwarming van de aarde tegen te gaan, moeten we de broeikasgasuitstoot drastisch terugdringen. Dit betekent dat het totale energieverbruik de komende jaren sterk moet dalen en de resterende energieconsumptie maximaal moet worden ingevuld door hernieuwbare energiebronnen. Tegelijkertijd moet de energievoorziening op alle ogenblikken gegarandeerd blijven en moet de totale kost voor de gezinnen en de bedrijven zo beperkt mogelijk worden gehouden. (Bron: Vlaanderen.be)




Waarom inzetten op hernieuwbare energie?


Fossiele brandstoffen hebben geen toekomst in een energieneutrale samenleving omwille van verschillende redenen. Bij de verbranding van fossiele brandstoffen komen broeikasgassen vrij die bijdragen aan de opwarming van de aarde, als andere schadelijke stoffen die het milieu zwaar belasten. Bovendien zijn fossiele brandstoffen eindig en nu al schaars. Daarnaast zijn fossiele brandstoffen niet meer beschikbaar in België, waardoor we voor de import afhankelijk zijn van instabiele staten.

Het inzetten op hernieuwbare energie heeft dan weer talloze voordelen. Hernieuwbare energie is overvloedig beschikbaar in België. Bovendien staan verschillende hernieuwbare energietechnieken intussen technisch op punt, zoals zonnepanelen, windturbines en biomassaverbranding, én zijn ze op termijn goedkoper dan alternatieven zoals fossiele brandstoffen en kernenergie.




Waarom lokale energie in het Pajottenland?


Ingevoerde hernieuwbare energie is goed, maar lokaal geproduceerde hernieuwbare energie is nog beter. Door lokaal te produceren, is er meer inspraak mogelijk over wie de productiemiddelen in handen heeft en hoe deze beheerd worden. Zo kan er gestreefd worden naar het inzetten op eigen energieproductie, bijvoorbeeld door lokale ondernemingen met ondersteuning van lokale burgercoöperaties. Dit biedt heel wat voordelen:

  • Doordat er vaak weinig of geen tussenhandel is, gaan de opbrengsten rechtstreeks naar de producent.
  • Door zelf energie te produceren en lokaal aan te kopen, stimuleer je de lokale economie. Dit zorgt voor meer werkgelegenheid in de regio.
  • Ter plaatse opgewekte energie moet slechts minimaal getransporteerd worden. In geval van elektriciteit gebeurt dit via het hoogspanningsnet, voor brandstoffen voor wagens via de weg.
  • Burgers nemen in hun eigen buurt de verantwoordelijkheid op voor de energieproductie om hun eigen verbruik te dekken. Zo gaan ze voor de productie van bijvoorbeeld windenergie niet rekenen op offshore windparken of zonneenergie uit bijvoorbeeld Spanje of Afrika. Het energievraagstuk in België is groter en complexer dan het energievraagstuk in het Pajottenland, onder andere omwille van de aanwezigheid van zware industrie en tewerkstelling, het belang van internationaal transport en gebieden waar de beschikbare ruimte te beperkt is om de energievraag op te vangen. Het is een belangrijke verantwoordelijkheid van lokale gemeenschappen om zelf in te staan voor het eigen lokale en directe energieverbruik. Hierin schuilt dan ook de uitdaging voor het Pajottenland.
  • De winsten worden behouden in eigen regio.
  • Lokale productie van hernieuwbare energie zorgt voor minder afhankelijkheid van andere partijen.
  • Energieproductie kan in een hedendaagse lokale vorm uitgroeien tot een streekproduct en bijdragen aan de nieuwe lokale cultuur.




Moeten we niet in de eerste instantie energie besparen?


Uiteraard. De groenste energie is de energie die we niet gebruiken. Daarnaast moet er voor elk 1MW aan energieverbruik 3MW aan energie opgewekt worden omwille van de energieverliezen onderweg. Besparen op energieverbruik vormt de eerste stap naar een volledig opgewekt Pajottenland. Anderzijds kan er door elektrificatie een hoger rendement behaald worden uit primaire energie. Een verdrievoudiging van de elektrificatie is nodig om de energievraag voldoende terug te dringen zodat we de energie daadwerkelijk in het Pajottenland kunnen opwekken. Enerzijds bepaalt de te verwachte besparing door rationeel energiegebruik (REG) en energie-efficiëntie (EE) hoeveel energie er in eerste instantie bespaard kan worden. Dit wordt uitgedrukt in een minimaal scenario (6% besparing), een gemiddeld scenario (18%) en een maximaal scenario (31%). Dit zijn voornamelijk stappen die door hogere overheden worden bekrachtigd. In onze visie kiezen we voor een besparing van 18% tegen 2040. Meer is natuurlijk mooi meegenomen.




Hoe zit het met de opslag van hernieuwbare energie?


In de Landschapsstudie (energiesysteemanalyse) werd de opslag en verdeling van elektriciteit niet uitgewerkt omdat er momenteel zoveel ontwikkelingen aan de gang zijn, dat een beknopte analyse hiervan niet mogelijk was.





Hernieuwbare energie

Wat is de opbrengst van een kleine windturbine versus een PV-installatie?


PV-installatie

Stel dat je per jaar 4.500 kWh wil opwekken (gezin met vier personen), dan heb je 4.500 / 0,85 = 5.300 Wp nodig. Stel dat je zonnepanelen gebruikt met een vermogen van 250 Wp, dan heb je dus 5.300/250 = 21 zonnepanelen nodig om voldoende energie te kunnen opwekken.

Met 21 zonnepanelen van 250Wp kan je per jaar 4.462,5 kWh (5.250 * 0,85) opwekken. Bij een energieprijs van €0,25 levert dat per jaar levert dat een besparing van €1.115,62 (4.462,5 * 0,25) op.

Als we uitgaan van een installatie met een prijs van €7.950 kunnen we o.b.v. bovenstaande berekening concluderen dat je de investering voor de zonnepanelen in ongeveer 7 jaar hebt terugverdiend (7.950 / 1.115,62).

Kleine windturbine (Windboom)

Welk rendement heeft de Windboom? De boom kan tussen 1500 en 3500 kWh per jaar opwekken. Dat is genoeg om allerlei toestellen van stroom te voorzien, inclusief een laadpaal voor een elektrische auto. Een boom kan bijvoorbeeld genoeg energie leveren om een elektrische auto 16 364 km per jaar te laten afleggen.

De windboom wordt gemaakt door de Franse firma NewWind. De boom kost net geen 30.000 euro. Om hem te plaatsen is geen vergunning nodig.

PV-installatie

Rendement op jaarbasis: 4.500 kWh

Kostprijs: 7.950

Windboom

Rendement op jaarbasis: 2.500 kWh

Kostprijs30.000

Voor een PV-installatie betaal je dus gemiddeld 1,5 euro per kWh en voor een windboom betaal je gemiddeld 12 euro per kWh. Een PV-installatie is dus 8 keer voordeliger dan een Windboom.




Wat is de het verschil tussen middelgrote en grote windturbines?


Middelgrote windturbines hebben een masthoogte tussen 15 en 80 meter en ontwikkelen een vermogen tot hooguit 0.1 MW. Middenschalige windturbines zijn enkel financieel haalbaar bij lokale zelfafname en een stroomkost groter dan € 120 /MWh, bijvoorbeeld bij een KMO of landbouwbedrijf. Grootschalige windturbines bestaan in twee maten. De grote windturbines hebben een masthoogte van ongeveer 80 meter en een tiphoogte kleiner dan 130 meter en ontwikkelen een vermogen van 2 tot 3,5 MW. Dit komt overeen met het verbruik van 59 huishoudens vandaag. De zeer grote windturbines, met een masthoogte van 120 meter of meer en een tiphoogte van ± 200 meter, kunnen een vermogen ontwikkelen tot 4,5 MW. Grootschalige windturbines kennen een terugverdientijd van ongeveer 10 jaar en ontvangen productiesteun via groenestroomcertificaten.




Wat zijn burgercoöperaties voor energie?


Burgers kunnen het heft van hun energie zelf in handen nemen. Ze verenigen zich in REScoops, burgercoöperaties voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie. Ze gaan samen een deel van de omgevingsenergie oogsten voor eigen gebruik, via rechtstreekse burgerparticipatie. Op die manier is er autonomie en eigenaarschap onder democratisch bestuur. Via de leden van REScoop.Vlaanderen kan je rechtstreeks participeren in concrete projecten in jouw buurt. (www.rescoopv.be)




Maken windturbines lawaai?


De WHO beveelt aan dat het geluid van een windturbine, gemeten over een hele dag, niet meer bedraagt dan 45 decibel. Dat is goed nieuws, want in Vlaanderen ligt de wettelijke geluidsnorm voor windturbines in woongebied nu al op 43 decibel (overdag) en 39 decibel (’s nachts). In Wallonië ligt de wettelijke norm op 45 decibel (overdag) en 40 decibel ('s nachts). Drie decibel minder zorgt trouwens al voor een halvering van het geluid (logaritmische schaal). We blijven in Vlaanderen dus substantieel onder de WHO-norm en al onze windturbines, zowel in Vlaanderen als Wallonië, respecteren deze strengere geluidsnormen. (Bron: WHO)




Zorgen windturbines voor veel slagschaduw?


Door hun hoogte creëren windturbines schaduw. Op bepaalde dagen werpen de draaiende wieken een bewegende schaduw, de ‘slagschaduw’. Om de overlast op een aanvaardbaar niveau te houden, legt de Vlaamse overheid normen op. Op jaarbasis mag er nooit meer dan 8 uur slagschaduw zijn en nooit meer dan een halfuur slagschaduw per dag. De exploitant registreert voor elke turbine de effectieve slagschaduw in een logboek. Met behulp van sensoren kan de exploitant beslissen om de windturbine tijdelijk stil te leggen om te voldoen aan de normen. Zeker bij de opstart van een windturbine wordt veel aandacht besteed aan een goede afstelling. De meeste uitbaters hebben een infopunt waar buurtbewoners met vragen en problemen terecht kunnen. Indien buren twijfelen over de omvang van de slagschaduw kunnen ze de milieudienst van de gemeente contacteren, die de afdeling Milieu-inspectie van de Vlaamse overheid kan inschakelen. Milieu-inspectie doet vaststellingen ter plaatse en gaat na of en in welke mate er een afwijking is ten opzichte van de afgeleverde milieuvergunning. (Bron: Windgids)




Beïnvloeden windturbines het vogelbestand/ akkervogels?


Het is helaas onvermijdelijk dat een aantal vogels in de draaiende turbines terechtkomen en sneuvelen. De vogelsterfte door windturbines bedraagt slechts een à twee procent van het aantal vogels dat jaarlijks in het verkeer omkomt. Om de impact op vliegende fauna (zoals aanvaringen of verlies leefgebied) te beperken, is de locatiekeuze doorslaggevend. Belangrijke broed-, pleister-, rust- en doortrekgebieden van vogels en vleermuizen worden best zoveel mogelijk gemeden. Dit vormt trouwens een van de onderzoeksaspecten van een project-milieueffectrapport. (Bron: Windgids)




Heeft het geluid van windturbines negatieve effecten op de gezondheid van omwonenden?


Het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu verzamelde de wetenschappelijke literatuur over onder andere het effect van windturbines op de ervaring van hinder, verstoring van de slaap, cardiovasculaire en metabole effecten. Het RIVM keek ook wat er in de wetenschap bekend is over hinder door de visuele aspecten van windturbines en andere niet-akoestische factoren, zoals het lokale besluitvormingsproces. Uit de literatuurstudie - waarin onder andere de richtlijnen van het WHO aan bod komen - blijkt dat hinder optreedt als gevolg van geluid: hoe sterker (in dB decibel) het geluid van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Uit de literatuur bleek niet dat het zogeheten ‘laagfrequent geluid’ (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt in vergelijking met gewoon geluid. Voor andere gezondheidseffecten van het geluid van windturbines, zoals slaapverstoring, slapeloosheid en hart- en vaatziekten, zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder. De literatuur liet duidelijk zien dat omwonenden minder hinder hebben van de windturbines als ze betrokken werden bij de plaatsing ervan. Door mee te kunnen denken over de plaatsing en de balans tussen kosten en baten, ervaren omwonenden minder hinder. Het is daarom belangrijk dat zorgen serieus worden genomen en mensen worden betrokken bij het proces om windturbines te plaatsen.

Rapport WHO over geluid




Is er een link tussen waardedaling van gronden en windturbines?


In discussies tussen voor- en tegenstanders van windontwikkeling komt vaak het argument naar voor dat windturbines in de buurt garant staan voor een lagere verkoopwaarde van de woning. Heel veel cijfermateriaal is hierover tot op heden nog niet voorhanden. Twee studies uit 2009 en 2013, die betrekking hebben op de situatie in de Verenigde Staten en gebaseerd zijn op de verkoopgegevens van meer dan 50.000 woningen, kunnen in elk geval geen significant verband aantonen. Voor meer informatie (bron: Windgids)




Welke voorwaarden willen jullie koppelen aan de inplanting van grote windturbines?


Voor wat betreft grote windturbines heeft de landschapsstudie rekening gehouden met de huidige turbinehoogtes die variëren van 150 tot 200m tiphoogte (= de afstand van de grond tot de top van de bovenste wiek).

Het plaatsen van windturbines dient met grote zorgvuldigheid voor het landschap te gebeuren: windturbines zijn onmiskenbaar ruimtelijk dominant en vereisen dus een consistente omgang. Anders dan te vertrekken vanuit de gegeven restricties die aangeven waar er geen windturbines geplaatst mogen worden, een negatieve connotatie, vertrekt de landschapsvisie vanuit de zoektocht naar plekken waar windturbines een meerwaarde voor het landschap en de omgeving kunnen bieden. Vanuit ruimtelijke aanleidingen voor het plaatsen van windturbines zoeken we dus naar positieve verbanden en gevoelens in het landschap en het versterken van de landschappelijke kwaliteit van het Pajottenland. We gaan op zoek naar windkansgebieden: gebieden waar de ontwikkeling van windturbineprojecten mogelijk is, maar volgens de voorwaarden vastgelegd in het bijhorend ontwikkelingskader. In de windkansgebieden kunnen bestaande windturbines na hun afschrijftermijn vervangen worden en kunnen nieuwe windturbineprojecten ontwikkeld worden. Door het vastleggen van windkansgebieden is het ook duidelijk waar in de toekomst geen windturbines ontwikkeld kunnen worden. De afbakening van de windkansgebieden wordt opgebouwd volgens een duidelijke logica, zodat deze bruikbaar is voor het afwegen en consequent beoordelen van latere omgevingsvergunningsaanvragen. De opbouw vertrekt vanuit twee basisprincipes: ‘Clusteren’ en ‘Van ruimtelijke aanleiding tot positieve associaties’. Beide principes zijn gebaseerd op verschillende uitgangspunten. (Bron: Landschapsstudie Vlaams-Brabant)

Er zou regionaal naar een consensus gezocht kunnen worden over grotere afstandsregels, maar mogelijk komt dan de vooropgestelde ambitie van een energieneutraal Pajottenland in 2040 in het gedrang.




Is de productie van zonnepanelen vervuilend?


Om elektriciteit op te wekken heb je een installatie nodig. Zijn het geen zonnepanelen, dan is het een windturbine, een gascentrale ... Om deze installaties te bouwen, is er uiteraard energie nodig. Bij zonnepanelen zit het grootste energieverbruik bij de productie van de panelen. Zo vraagt de omvorming van silicium tot zonnecellen heel wat energie. Het Internationaal Energie Agentschap (www.iea-pvps.org) liet een levenscyclusanalyse uitvoeren. Daaruit blijkt dat over de ganse levensduur (van gemiddeld 25 jaar) beschouwd, je de eerste 3 jaar nodig hebt om te compenseren voor het energieverbruik tijdens de productiefase van de verschillende componenten van een zonnepaneleninstallatie. Wanneer zonnepanelen op het einde van hun levensduur zijn gekomen, moeten ze worden verwijderd en zullen ze worden gerecycleerd. Vandaag is bij de prijs van een zonnepaneel al een bijdrage inbegrepen die dient om de kosten van de inzameling en de recyclage te financieren. Meer informatie hierover kan je vinden op de website van PV Cycle (www.pvcycle.be). (Bron: Zonnegids)




Waarom nemen jullie waterkracht niet mee in de hernieuwbare energiemix?


Pajotse watermolens waren in het verleden noodzakelijk om waterkracht in te zetten als energiebron voor het malen van graan. In het energielandschap van de toekomst zal waterkracht geen substantieel onderdeel zijn van de energetische invulling: het energetisch en financieel potentieel is namelijk te beperkt. Kleinschalige waterkrachtcentrales kunnen enkel gebouwd worden op plaatsen met historisch vastgelegde stuwrechten, dus bij oude watermolens. Bij de moderne turbines wordt het oude rad vervangen door een Zuppingerwiel bij onderslagmolens; of een vortex, Kaplan, of Francisturbine bij bovenslagmolens. Financieel gezien is inzetten op waterkracht een langetermijninvestering. Zo wordt de turbine al na de helft van haar levensduur terugverdiend, jammer genoeg is dat pas na 20 jaar. Het energetisch potentieel is dan wel beperkt, maar dat wil niet zeggen dat er helemaal geen energie opgewekt kan of mag worden met waterkracht. Alle extra energie die puntsgewijs geproduceerd wordt met waterkracht, draagt bij tot het vergroten van onze lokale energiebuffer. Het hergebruiken van oude watermolens en hun historische stuwrechten biedt een unieke kans om een link te maken tussen lokale energieproductie en erfgoed. (Bron: Landschapsstudie Provincie Vlaams-Brabant)




Hoe staan jullie tegenover zon op land?


Zon op land wordt ook voorzichtig ingezet, als laatste optie en onder strenge landschappelijke voorwaarden zoals beeldkwaliteitseisen. Omdat het uitgangspunt meervoudig landgebruik is en blijft, kijken we voor zon op land voornamelijk naar tijdelijke inrichtingen van restgronden zoals braakliggende gronden en brownfields, en rustgronden. Uitzonderlijk kan eventueel een beperkte dorpszonneweide overwogen worden.




Waarom komt kernenergie niet in aanmerking?


De kernenergie die momenteel wordt opgewekt, komt vrij door kernsplitsing, een proces waarbij de kernen van uranium en plutonium worden gesplitst zodat er energie vrijkomt. Kernenergie is een koolstofarm alternatief voor fossiele brandstoffen, vormt een cruciaal onderdeel van de energiemix van 13 van de 27 EU-lidstaten en neemt bijna 26% van de in de EU opgewekte elektriciteit voor haar rekening. In de nasleep van de ramp in Tsjernobyl in 1986 en de nucleaire ramp in Fukushima in 2011, is kernenergie echter zeer omstreden geworden. Het besluit van Duitsland om het gebruik van kernenergie geleidelijk te verminderen en uiterlijk in 2020 af te schaffen (concreet zouden de laatste centrales nu in 2022 stilgelegd worden), evenals de tijdelijke sluiting van twee Belgische kernreactoren nadat scheurtjes in de reactorvaten werden ontdekt, hebben de druk op de stopzetting van de kernenergieproductie in Europa opgevoerd. Hoewel het de lidstaten zijn die al dan niet voor kernenergie kiezen als onderdeel van hun energiemix, wordt er in het EU-recht naar gestreefd de veiligheidsnormen binnen kerncentrales te verbeteren en de veilige hantering en berging van radioactief afval te waarborgen. (Bron: Europees Parlement)

Kernenergie is een technologie die veel veiligheidsrisico’s inhoudt. Bovendien moet voor de berging van nucleair afval met honderden jaren gerekend worden en zijn er hoge kosten verbonden aan de ontwikkeling en het onderhoud van kernenergie. (Bron: Energiesysteemanalyse)

Met onze huidige kernreactoren maken we de goedkoopste stroom, met de nieuwe wordt dat de duurste. Kernreactoren hebben in hun leven honderden miljoenen euro’s aan nucleaire brandstof nodig. En de stockage van het kernafval uit een grote kernreactor kost makkelijk een paar miljard. En ook de veiligheid heeft een prijs. En die prijs speelt vooral de nieuwe kerncentrales parten. Onze bestaande kerncentrales leveren op dit moment de goedkoopste stroom van allemaal. Maar de nieuwe die in Frankrijk en Finland worden gebouwd, zullen dat niet meer kunnen. (Bron: vrtnws)




Heeft wind wel een plaats in het Pajottenland? En hoe zijn die windkansgebieden bepaald?


Ook wind speelt een cruciale rol in de ideale mix. De belangrijkste reden is het bewaren van stabiliteit op het energienet. Want hernieuwbare energie gaat niet alleen over de installaties, maar ook over de transmissie en distributie die nodig is om die elektriciteit te capteren en bij de gebruikers te brengen. De inzet van windenergie laat toe om opwekking en verbruik van hernieuwbare elektriciteit beter uit te balanceren. Zo moet deze energie zo min mogelijk opgeslagen worden en worden piekbelastingen op het energienet afgevlakt. Daarnaast is windenergie ook efficiënter in termen van de ingenomen oppervlakte. Grondopstellingen van zonnepanelen bijvoorbeeld leveren voor eenzelfde oppervlakte minder stroom op. De plaatsing van windturbines is omstreden. Ook, of zeker, in het Pajottenland. Daarom vertrekken we ook voor windenergie vanuit de eigenheid van het Pajotse landschap en koppelen we het gebruik van windenergie aan ‘windkansgebieden’ en een bijhorend ontwikkelingskader. Dit kader omvat alle landschappelijke, ruimtelijke en organisatorische voorwaarden waaraan windturbineprojecten moeten voldoen volgens de landschapsvisie ‘Opgewekt Pajottenland’. (Bron: Landschapsstudie)




Veroorzaakt een pocketvergister geurhinder?


Een biovergister laat organisch afval met een hoog vochtpercentage (mest, plantaardig afval, oliën, etc.) in een anaerobe omgeving vergisten/methaniseren waardoor er biogas ontstaat. Dit gas wordt gebruikt om een warmtekrachtkoppeling (WKK) aan te drijven die stroom en warmte produceert. De warmte wordt opnieuw aangewend om de vergisting te versnellen. Het systeem werkt volcontinu (24/7). Er zijn zowel grootschalige vergisters (2 MW) als ‘pocketvergisters’ (10 kW). Die laatste zijn ideaal om de mest van een melkveebedrijf van 80 runderen te verwerken.

Biovergisting gebruikt een potentieel voortvloeiend uit reststromen. In het Pajottenland zijn momenteel 85 bedrijven met meer dan 80 koeien waarvan mest vergist kan worden en kan er 54.000 ton natte fractie uit afvalstromen worden verzameld waaronder gras uit bermbeheer. Ruimtelijke impact: een biovergister of bioreactor ziet eruit als een cirkelvormige loods met hierop een halve ballon. De bioreactor (vergistingstank) heeft een diameter van max 10 meter, de WKK kan in een vrachtwagencontainer. Een grootschalige vergister is uiteraard wat groter, maar heeft doorgaans afval vanuit andere locaties nodig waardoor er heel wat verkeershinder ontstaat (20 vrachtwagenbewegingen per dag voor een vergister van 2 MW). Bij pocketvergisters zijn er in normale omstandigheden geen processen die geur of stof veroorzaken, vermits alles afgesloten is, namelijk de mestopslag, het transport naar de vergister en de afvoer van het digestaat. (bron: Boerenbond). Enkel bij reiniging en stilvallen van het vergistingsproces kan er geuroverlast ontstaan.

(Bron: Landschapschapsstudie & Boerenbond)




Op welke vormen van hernieuwbare energie willen jullie inzetten?


Op alle vormen, in een ideale mix, aangepast aan het Pajotse landschap. We bestuderen alle bronnen (wind, water, biomassa en zon) en zetten deze optimaal in. De optimale energiemix voor het Pajottenland ligt volgens ons in een dynamische en veranderlijke mix van hernieuwbare energiebronnen en van productietypes. We kiezen dus voor de juiste energietechnologie op de juiste plaats in functie van de productiemogelijkheden, de landschappelijke inpassing, de afname en het moment, mét oog voor opslag en distributie. Duurzame warmte werd door de Landschapsstudie niet meegenomen als bron van hernieuwbare energie. Dat komt omdat warmte eerder een indirecte hernieuwbare energiebron is aangezien er nog altijd energie nodig is om de warmte te onttrekken aan de bodem (geothermie) of aan de lucht (warmtepomp). Ook liet de Provincie Vlaams-Brabant een warmtenetscreening uitvoeren voor het Pajottenland om de kansen voor collectieve warmteprojecten in kaart te brengen.